Kamerconcert Utrechts Conservatorium speelt werken van
Jan van Gilse (Rotterdam 11-5-1881 - Oegstgeest 8-9-1944)

Domkerk, 4 mei 2007.

Utrechtse componist Jan van Gilse

Jan van Gilse

Foto:

 

In het kader van haar projecten voor studenten van het Utrechts Conservatorium brengt zij op 4 mei in de Aula van het Academie gebouw Kamerconcerten van de Utrechtse dirigent Jan van Gilse ten gehore.


Gilse, Jan Pieter Hendrik van, componist en dirigent (Rotterdam 11-5-1881 - Oegstgeest 8-9-1944).
Zoon van Jan Albert van Gilse, journalist, en Auguste Maria Hockelmann. Gehuwd op 7-9-1909 met Alida Henriette (Ada) Hooijer.

In februari 1911 samen met enige anderen het Genootschap van Nederlandse componisten opgericht, waardoor het mogelijk werd de rechten van een componist te verdedigen en de vergoedingen die krachtens de nieuwe auteurswet aan de componisten voldaan moesten worden ook werkelijk aan deze componisten ten goede te doen komen.

Aanvankelijk werd dit door buitenlandse organisaties verzorgd; Jan van Gilse wist echter met steun van het nieuw opgerichte genootschap een Nederlands Bureau voor Muziek-Auteursrecht, BUMA, te stichten waarvan hij vanaf het begin (1913) tot aan de formele opheffing ervan door de Nazi's in 1942, voorzitter was.

Jan van Gilse werd in februari 1917 benoemd tot dirigent van het Utrechtsch Stedelijk Orkest (USO). In Utrecht gaf hij niet alleen blijk van muzikale maar ook van organisatorische bedrijvigheid. Aan zijn onvermoeid ijveren was het te danken dat het USO een zelfstandige orkestinstelling werd, los van de sociëteit Tivoli, die lange jaren het orkest geëxploiteerd had, daarbij nooit de eigen belangen uit het oog verliezend. Aan Jan van Gilse dankten de leden van het USO niet alleen een betere bezoldiging maar ook meer bestaanszekerheid en een pensioenfonds. Van Gilse wist het USO in muzikaal-technisch opzicht op hoog niveau te brengen en hij werd door orkestleden en publiek op handen gedragen. Aan de uiterst scherpe en vaak onredelijke recensies van de jonge componist Willem Pijper was het te wijten dat Van Gilse op den duur mentaal niet meer tegen zijn taak was opgewassen, temeer daar het bestuur van het USO niets deed om zijn moeilijkheden te verlichten. Diep teleurgesteld nam Van Gilse begin 1922 zijn ontslag.

Toen Hitler aan de macht kwam verliet Jan van Gilse Duitsland, daar hij onder een dergelijk regiem niet wenste te leven en te werken. Hij kwam in 1933 weer in Utrecht terug, nu om directeur van het conservatorium en van de muziekschool te worden. Daar hij zich in deze functies weer voor tal van teleurstellingen geplaatst zag waardoor hij zijn ideeën niet kon realiseren, nam hij in 1937 ontslag om zich geheel aan het componeren te wijden.

Daar Jan van Gilse bij verschillende gelegenheden op niet mis te verstane wijze uiting had gegeven aan zijn anti-nationaal-socialistische gezindheid werd hij met gevangenschap bedreigd. Kort voor een Duitse overval in februari 1942 op zijn Amsterdamse woning werd hij gewaarschuwd en moest hij onderduiken. Van toen af begon voor hem en zijn vrouw een moeizaam leven, vluchtend van het ene onderduikadres naar het andere. Op 1 oktober 1943 viel Maarten van Gilse, de jongste zoon, door de kogel van de bezetter, op 28 maart 1944 stierf op dezelfde wijze zijn oudste zoon Janrik. Jan van Gilse is deze elkaar zo snel opvolgende slagen nooit te boven gekomen. Op zijn laatste onderduikadres bij de componist Rudolf Escher in Oegstgeest werd hij ernstig ziek. Een kwaadaardige ziekte sloopte hem binnen enkele maanden en op 8 september 1944 overleed hij. Om anderen niet in gevaar te brengen begroef men hem onder een andere naam.



Op 17 maart 2007 zal een borstbeeld van Jan van Gilse onthuld worden in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats. Deze onthulling werd mogelijk gemaakt door de Jan van Gilse Stichting, die zich beijvert voor de nagedachtenis van deze Utrechtse componist.

Bron:

© ING - Den Haag. Bronvermelding: H.C.M. van Dijk, 'Gilse, Jan Pieter Hendrik van (1881-1944)' , in Biografisch Woordenboek van Nederland.